Waarom dit voor ondernemers anders is
Een werknemer die ziek wordt, krijgt tot twee jaar loon doorbetaald en kan daarna een uitkering van UWV krijgen. Als zelfstandige heb je dat vangnet niet. Kun je door ziekte of een ongeval niet werken, dan stopt je inkomen, terwijl je vaste lasten privé en zakelijk doorlopen.
Een arbeidsongeschiktheidsverzekering, kortweg AOV, vult dat gat. Je spreekt vooraf een bedrag af dat je krijgt als je niet of minder kunt werken. Dat bedrag kies je zelf, binnen de grenzen van je inkomen. De premie hangt af van je beroep, je leeftijd en de keuzes die je maakt. Zwaar of riskant werk betekent meestal een hogere premie.
Je eigen beroep of ander werk
De belangrijkste keuze is wanneer je als arbeidsongeschikt geldt. Een timmerman met een versleten schouder kan misschien nog wel offertes en calculaties maken. Of hij een uitkering krijgt, hangt af van zijn dekking: kijkt de verzekeraar naar zijn eigen vak, of naar al het werk dat hij nog zou kunnen doen? Een dekking voor je eigen beroep geeft de meeste zekerheid en is het duurst. Sommige polissen beginnen zo en gaan na een aantal jaren over op passende arbeid. Grofweg zijn er drie varianten:
- beroepsarbeidsongeschiktheid: je krijgt een uitkering als je je eigen beroep niet meer kunt uitoefenen
- passende arbeid: de verzekeraar kijkt of je ander werk kunt doen dat bij je opleiding en ervaring past
- gangbare arbeid: je krijgt pas een uitkering als je vrijwel geen enkel werk meer kunt doen
Een persoon die weet waar hij over praat. Onze verzekeringen liepen bij een andere tussenpersoon, echter na een zeer positieve ervaring mbt hypotheek aanvraag ook de verzekeringen allemaal laten omzetten.
Wachttijd en eindleeftijd
De wachttijd is de periode tussen je ziekmelding en de eerste uitkering. Die kies je zelf, en hoe langer hij is, hoe lager de premie. De vraag is dus hoe lang je het met je eigen buffer kunt uithouden. Met een flinke spaarpot of een partner met een vast inkomen kun je vaak een langere wachttijd aan.
De eindleeftijd is de leeftijd tot waarop je verzekerd bent. Een lagere eindleeftijd maakt de premie lager, maar laat een gat tot je AOW-leeftijd. Hoe ouder je wordt, hoe groter de kans dat je lichaam of je gezondheid je werk in de weg zit. Juist die laatste jaren wil je dus niet te makkelijk weggeven.
Andere manieren om je in te dekken
Een AOV is niet de enige weg. Sommige zelfstandigen doen mee aan een broodfonds: een groep ondernemers die elkaar bij ziekte een tijd lang een vast bedrag schenkt. Dat is eenvoudiger en vaak goedkoper. Het geld stopt wel na een afgesproken periode, dus bij langdurige arbeidsongeschiktheid sta je er dan alsnog alleen voor.
Anderen bouwen zelf een buffer op. Dat werkt voor een korte periode, minder voor jaren zonder inkomen. Kun je kort na je start om medische redenen geen gewone AOV krijgen, dan is er soms nog een vangnetverzekering met een beperkte uitkering.
Keuzes die lang meegaan
Een AOV loopt vaak tientallen jaren, dus de keuzes aan het begin wegen zwaar. Daarom kijken we naar je inkomen, je vaste lasten, je buffer en het werk dat je doet. Daaruit volgt welk bedrag je nodig hebt, welke wachttijd je aankunt en welke dekking bij je beroep past.
Bij de aanvraag beantwoord je vragen over je gezondheid, en soms volgt een medische keuring. Heb je eerder klachten gehad, dan kan de verzekeraar die uitsluiten of een hogere premie vragen. Dat hoor je liever vooraf dan op het moment dat je de uitkering nodig hebt.





