De eerste twee jaar
Word je ziek terwijl je in loondienst bent, dan betaalt je werkgever je loon door. Dat duurt maximaal twee jaar (104 weken). De wet schrijft minstens 70 procent van je loon voor, en in het eerste jaar nooit minder dan het minimumloon. In veel cao’s staat een betere regeling, bijvoorbeeld het volledige loon in het eerste jaar.
In die periode werk je samen met je werkgever aan herstel, in je eigen functie of in ander werk. Voor de meeste mensen blijft het inkomen in deze tijd redelijk op peil. Het verschil komt pas daarna.
Na twee jaar beslist UWV
Werk je na twee jaar nog niet (volledig), dan beoordeelt UWV hoeveel je nog kunt verdienen vergeleken met je oude loon. Dat percentage bepaalt wat je krijgt uit de WIA, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.
- Minder dan 35 procent arbeidsongeschikt: geen WIA-uitkering; je werkgever moet met je zoeken naar passend werk
- Tussen 35 en 80 procent, of meer met kans op herstel: een WGA-uitkering
- 80 procent of meer, met weinig of geen kans op herstel: een IVA-uitkering van 75 procent van je WIA-maandloon
Jeroen en collega's zijn zeer deskundig en voor ons al vaak zeer goed van dienst geweest. Altijd prettig contact en al onze administratieve zaken zijn bij hun in goede handen. een geruststelling. Dank daarvoor!
Waar de gaten zitten
De WGA begint met een uitkering die aan je oude loon gekoppeld is: de eerste twee maanden 75 procent, daarna 70 procent. Hoe lang die loopt, hangt af van je arbeidsverleden. Daarna maakt het veel uit of je weer werkt.
Verdien je dan minstens de helft van wat je volgens UWV nog kunt verdienen, dan krijg je een loonaanvulling. Lukt dat niet, bijvoorbeeld omdat er geen passend werk is, dan valt je uitkering terug naar een percentage van het minimumloon. Het verschil tussen die uitkering en je oude inkomen heet het WGA-hiaat. Het kan flink zijn.
Het tweede gat zit aan de bovenkant. UWV rekent met een wettelijk maximumloon, dat regelmatig wordt aangepast. Het deel van je loon boven dat maximum is niet verzekerd. Dat deel heet het WIA-excedent.
Hoe je een gat opvangt
Kijk eerst wat er al geregeld is. Veel werkgevers hebben een collectieve verzekering voor het WGA-hiaat of het excedent, en in pensioenregelingen zit vaak een arbeidsongeschiktheidspensioen. Dat staat niet altijd duidelijk op papier, dus navragen loont. Blijft er een gat over, dan zijn dit de gebruikelijke manieren om het op te vangen:
- Een WGA-hiaatverzekering, die aanvult als je terugvalt naar de vervolguitkering
- Een WIA-excedentverzekering voor het inkomen boven het maximumloon
- Een woonlastenverzekering, die een vast bedrag per maand uitkeert voor je vaste lasten
- Een eigen buffer, of het inkomen van je partner
Wat we samen uitzoeken
We beginnen bij je loonstrook, je arbeidsvoorwaarden en je pensioenregeling. Daarmee rekenen we uit wat je krijgt als je ziek wordt: in het eerste jaar, in het tweede jaar en daarna, bij gedeeltelijke en bij volledige arbeidsongeschiktheid. Per situatie zie je hoeveel er ontbreekt.
Dat leg je naast je vaste lasten. Niet elk gat hoeft dicht. Een deel kun je vaak zelf opvangen, voor een ander deel is een verzekering verstandig. Die afweging maak je zelf, met de cijfers op tafel.





